Homepage ISD De Rijnstreek

Een vraagteken

"Ik ga scheiden of ben gescheiden.
Wat nu?"

In Nederland hebben we een wettelijke onderhoudsplicht. Iedereen moet zorgen voor zijn/haar echtgenoot of echtgenote én voor de kinderen tot 21 jaar zonder inkomen (of kórter als ze van een ander huishouden deel gaan uitmaken). Deze onderhoudsplicht geldt ook voor geregistreerde partners. Zouden u en uw echtgenoot, echtgenote of partner uit elkaar gaan, dan blijft deze onderhoudsplicht bestaan.

Heeft uw ex-partner een inkomen en u niet, dan krijgt u in het algemeen alimentatie. Alimentatie is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud. De rechtbank stelt de hoogte van deze alimentatie vast. De gemeente stelt bij de aanvraag van een bijstandsuitkering de voorwaarde, dat u de rechter tijdens de echtscheidingsprocedure verzoekt om het opleggen van een alimentatieverplichting.

Hoe krijg ik de alimentatie?

Uitgangspunt is dat de alimentatie rechtstreeks aan u wordt betaald. Wordt de alimentatie niet betaald, dan moet u zélf actie ondernemen. Want alimentatie is volgens de Wet werk en bijstand een zogenaamde voorliggende voorziening.

Voor de inning van de alimentatie voor uzelf schakelt u het LBIO in. U kunt ook zelf een deurwaarder inschakelen.
Voor de inning van de kinderalimentatie schakelt u ook het LBIO in.

De originele grosse (het officiële document) van de alimentatie-uitspraak is voor deze inning van groot belang. Een fotokopie van zo'n afschrift geldt niet als bewijs.

Het niet betalen van de alimentatie kan te maken hebben met een (financiële) wijziging in de omstandigheden van uw ex-partner of echtgeno(o)t(e). Deze kan de rechtbank met een verzoekschrift vragen om de alimentatie te veranderen of op nihil (nul) te stellen. Van de rechtbank ontvangt u dan een kopie van dit verzoekschrift.

Vindt u dat de verandering niet klopt met de financiële draagkracht van uw ex-partner/echtgeno(o)t(e) en meent u dat u nog aanspraak kunt maken op (een lagere) alimentatie, dan moet u bij de rechtbank een verweerschrift indienen. Voor dit verweer bent u aangewezen op een advocaat.

Verdeling van de boedel

Als u gaat scheiden, moet u de boedel verdelen met uw ex-echtgenoot. Verdeling van de boedel wil zeggen dat u de waarde van alle bezittingen, zoals geld, meubels, de eigen woning en eventuele schulden onderling verdeelt.

Daarbij is het redelijk dat u en uw ex-echtgenoot allebei de helft van de bezittingen en de helft van de schulden krijgen. Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan gelden er andere regels.

Als u bijstand ontvangt of weet dat u na de scheiding waarschijnlijk een uitkering moet aanvragen, mag u niet zomaar vrijwillig afstand doen van uw boedeldeel. Want dat betekent dat u aan uw ex-partner een schenking doet. En normaal gesproken zullen wij deze schenking terugvorderen.

Het is zelfs mogelijk dat de reeds verleende bijstand van u wordt teruggevorderd, en dat u een maatregel krijgt opgelegd (bijvoorbeeld een korting op uw uitkering).

Waarde van de boedel

Als u de boedel verdeeld heeft, kijken wij naar de waarde ervan om uw totale vermogen vast te stellen. Wij kijken dan niet hoeveel uw meubels, koelkast of wasmachine en dergelijke waard zijn. Dat zijn algemene goederen.

Wél telt de waarde van uw spaargeld, auto, aandelen, kostbaarheden en andere luxe goederen mee. Aan de hand hiervan (en uw eventuele schulden) stellen wij uw vermogen vast.

Blijkt dat u na de boedelscheiding meer vermogen heeft dan het buiten beschouwing blijvend vermogen, dan stopt uw uitkering. Dit vermogen moet u eerst gebruiken voor uw levensonderhoud, totdat de grens van het toegestane vermogen is bereikt. Als dat is gebeurt kunt u mogelijk weer een Wwb-uitkering aanvragen.