Alle veranderingen van de Wwb op een rijtje
Vrijdag, 30 december 2011, 12:29
Op 1 januari 2012 verandert de Wet werk en bijstand (Wwb). Zo wordt de Wet investeren in jongeren (Wij) samengevoegd met de Wwb.
Meer mensen moeten aan de slag. Dat is het credo en dat betekent dat er nog meer nadruk komt te liggen op het feit dat er minder mensen langs de kant blijven staan. Daarnaast moeten mensen zelf meer doen om een baan te vinden.
Wie werken kan, moet werken, en dat werk moet lonen. En als het echt niet kan, dan blijft de bijstand een vangnet. Maar het uitgangspunt blijft dat de bijstand altijd een springplank is naar werk.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen
1. Het huishoudinkomen bepaalt de hoogte van de gezinsbijstand
Vanaf 1 januari 2012 is er een huishoudinkomentoets. Het inkomen van het hele gezin telt dan mee voor de aanvraag van een uitkering.
Het hele gezin moet gezamenlijk een bijstandsuitkering aanvragen. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt rekening gehouden met de inkomsten en het eigen vermogen van alle gezinsleden.
Inkomsten van inwonende kinderen onder de 16 jaar tellen niet mee en voor 16- en 17-jarigen tellen de inkomsten tot ruim € 800 niet mee.
Wat is een gezin?
Voor de nieuwe Wwb bestaat een gezin uit alle meerderjarige bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning wonen. Dus ouders, grootouders, meerderjarige kinderen en partners van deze meerderjarige kinderen, als deze ook in dezelfde woning wonen.
Op deze regel zijn enkele uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld een inwonend kind met als enige inkomen de studiefinanciering of als er een gezinslid hulpbehoevend is.
Voor bestaande klanten is er een overgangsrecht. Voor hen geldt de gezinsbijstand en de huishoudinkomentoets vanaf 1 juli 2012.
De ISDR benadert alle klanten, die onder het overgangsrecht vallen, persoonlijk. Zij krijgen hier een brief over.
2. Invoering van een zoektijd voor jongeren tot 27 jaar
Door de samenvoeging van de Wij met de Wwb is er geen aparte uitkering meer voor jongeren tot 27 jaar. Maar er zijn wel speciale regels voor deze jongeren, want jongeren moeten werken of naar school gaan om een vak te leren.
Daarom kunnen jongeren per 1 januari 2012 niet direct meer een uitkering aanvragen. Zij moeten eerst zelf op zoek naar werk en/of scholing. Om dit te realiseren start er na aanmelding op het Werkplein een zoekperiode van vier weken.
Pas na deze zoekperiode kan een jongere een Wwb-uitkering aanvragen. Hij/zij moet dan wel aantonen dat er tijdens de zoekperiode voldoende is gedaan om werk en/of opleiding te vinden.
Bij de aanvraag wordt door de klantmanager een plan van aanpak gemaakt om werk en/of scholing te vinden. De jongere moet met dit plan instemmen om recht op een uitkering te hebben.
Jongeren hebben geen recht op inkomensvrijlatingen. Inkomsten uit werk worden volledig op de uitkering gekort.
De Wij-uitkering, die jongeren nu ontvangen, wordt per 1 januari 2012 omgezet naar een Wwb-uitkering. Deze jongeren worden hierover per brief geïnformeerd.
Voor het opstellen van een plan van aanpak geldt een overgangsrecht tot 1 juli 2012. Alle betrokken jongeren worden hiervoor persoonlijk benaderd.
3. Extra vrijlating inkomsten voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 12 jaar
Voor alle mensen van 27 jaar en ouder die in deeltijd werken en een aanvullende uitkering hebben, geldt er voor maximaal zes aaneengesloten maanden een algemene gedeeltelijke vrijlating van de inkomsten. Voorwaarde is wel dat dit deeltijdwerk hen helpt om later weer volledig te kunnen werken.
De aparte vrijlating van heffingskortingen komt te vervallen. In plaats daarvan komt er een extra vrijlating van inkomsten uit arbeid na de algemene vrijlating van 6 maanden. Hiervoor gelden wel enkele specifieke voorwaarden, zoals dat er zorg moet zijn voor een eigen, stief- of adoptiekind, jonger dan 12 jaar.
Deze extra vrijlating is 12,5 procent van het netto loon met een max. van € 120 per maand. Deze extra vrijlating geldt maximaal 30 maanden.
4. Ontheffing arbeidsplicht voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar
Het uitgangspunt is dat ook alleenstaande ouders met één of meer kinderen jonger dan 5 jaar gaan werken.
Maar zij kunnen wel ontheffing aanvragen van de arbeidsverplichting. Als dit wordt toegestaan, moeten deze ouders een plan van aanpak ondertekenen. In dit plan staat welke inspanningen de ouder moet verrichten om te kunnen re-integreren.
De klantmanager onderzoekt elk half jaar of de ouder zich aan dit plan houdt. Alleen als dat zo is blijft de ontheffing van kracht.
Voor het opstellen van een plan van aanpak voor bestaande klanten geldt een overgangsregeling tot 1 juli 2012. De ISDR nodigt deze klanten voor 1 juli 2012 uit voor het opstellen van een plan van aanpak.
5. Verlaging inkomensgrens voor het minimabeleid
Voor het minimabeleid wordt een grens ingevoerd van 110% van het sociaal minimum. Overigens geldt dit alleen voor de categoriale bijzondere bijstand. Hieronder vallen regelingen als de collectieve ziektekostenverzekering, de langdurigheidstoeslag en de voorzieningen voor kinderen.
Voor de niet categoriale bijzondere bijstand blijft de inkomensgrens op 120 procent.
6. Beperking verblijfsduur in het buitenland
Uitkeringsgerechtigden, jonger dan 65 jaar, mogen voortaan vier weken per jaar naar het buitenland (met behoud van de uitkering).
Uitkeringsgerechtigden, ouder dan 65 jaar, mogen voortaan maximaal 13 weken in het buitenland verblijven.
Voor ieder verblijf in het buitenland moet vooraf toestemming worden gevraagd.
7. Afschaffing Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik)
De Wet Werk en inkomen kunstenaars (Wwik) wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Vanaf deze datum gelden voor kunstenaars dezelfde regels als voor andere ondernemers of werknemers.
8. Afbouw dubbele heffingskorting
Tot 2009 ontvingen partners van wie de een werkte en de ander niet werkte allebei heffingskorting. Sinds 2009 wordt deze dubbele heffingskorting voor kostwinners afgebouwd. In 15 jaar tijd wordt deze verminderd tot een enkele heffingskorting.
De dubbele heffingskorting geldt nog wel voor een aantal uitkeringen op bijstandsniveau. Hierdoor stijgen de uitkeringen harder dan het netto minimumloon.
Om deze reden wordt de dubbele heffingskorting ook voor deze mensen afgebouwd. De afbouwperiode is 20 jaar.
